Wat is computational thinking nou eigenlijk?

Computational thinking is een manier van denken waarbij je problemen gestructureerd en logisch aanpakt. Het gaat niet alleen over programmeren maar vooral om hoe je denkt: analyseren, plannen, patronen herkennen en stappen logisch ordenen. Binnen computational thinking heb je vier kernvaardigheden waar ik naar heb gekeken. Ik heb gekeken waar ik mee in aanraking kom en hoe ik daar mee in aanraking kom. Ik game persoonlijk best veel, vandaar dat dat heel veel er in voor komt. 

  1. Decompositie, problemen opdelen.
    Decompositie betekent dat je een groot of complex probleem opsplitst in kleinere, beter te overzien onderdelen. 
    Ik kom hier best vaak mee in aanraking met het gamen. Bijvoorbeeld bij het spel ‘Expedition 33’ wat ik speel. Je hebt dan een opdracht die je moet doen, in plaats van denken ‘het lukt niet’ ga je kijken naar het probleem in stukjes. Je gaat kijken naar de vijand, voor welk element heeft hij een zwakt, welke aanvallen werken? Je gaat verder kijken naar recources, wat zou kunnen helpen in de expeditie. Wanneer gaat het mis en wat moet je beter gaan analyseren? Waar ligt het probleem nou echt? Ligt het aan de positionering, timing of uitrusting? Dit zijn allemaal onderdelen die je apart moet analyseren om gericht aanpassingen te maken, zoals je load-out wijzigen. 
  2. Patroonherkenning, overeenkomsten zien. 
    Bij patroon herkenning kijk je naar de overeenkomsten in situaties of problemen die je al eerder bent tegengekomen. Ik herken dit persoonlijk bij best veel spellen. Bijvoorbeeld Expedition 33 of Valorant. Bij Expedition 33 heb je vaak meerdere attacks die je kan dodgen, als je dit patroon herkent word dat steeds makkelijker. Bij een shooter zoals Valorant merk je dat de tegenstanders vaak ook een patroon hebben. Ze zitten veel op dezelfde plekken, pakken vaak dezelfde route of je ziet dat ze vaak op dezelfde manier aanvallen. Door deze patronen te herkennen, kun je je strategie aanpassen en hier sneller op reageren of beter voorbereid zijn. 
  3. Abstractie, focussen op wat belangrijk is. 
    Abstractie betekent dat je irrelevante details weglaat en je richt op de kern van het probleem. Bijvoorbeeld bij een potje Valorant. Tijdens een ronde krijg je veel informatie tegelijk, je ziet dingen op de minimap, krijgt call-outs, hoort links van je voetstappen of je krijgt een ability onder je voeten. Hier is het belangrijk dat je bewust de relevante informatie filtert. Bij bijvoorbeeld een 2V2 focus je op de posities en de tijd, niet op wat er fout ging in de vorige ronde. Zolang je de relevante informatie filtert kan je je focussen op de belangrijkere dingen en sneller belangrijke keuzes maken. 
  4. Algoritmisch denken, stappenplannen maken.
    Algoritmisch denken is het bedenken van een duidelijke reeks stappen om het doel te bereiken. Dit is bij best veel dingen belangrijk. Ik merk zelf dat ik dit veel doe bij een shooter deadlock. Je wilt graag teamfights winnen in plaats van chaotisch spelen. Je gaat vervolgens kijken welke abbilities je hebt en welke ultimates. Hier ga je over nadenken, je gaat plannen wanneer het handig is om een teamfight te starten. Je zorgt er vervolgens voor dat je op een geplande volgorde je ultimates gaat gebruiken zodat je niet alles in een keer gebruikt. Het is een soort stappen plannetje wat je van tevoren gemaakt moet hebben. 

Nu ik er zo over na heb gedacht merk ik dat ik computational thinking continu gebruik. Ook al heb ik het niet door. Deze manier van denken is niet alleen nuttig in games, maar ook in opleidingen of werk. Vooral in digitale context.