Voor het onderwerp Computational thinking heb ik gekozen voor een Scratch game. Dit heb ik bewust gedaan omdat ik zelf game en vroeger ook met scratch heb gewerkt. Op de basisschool ben ik 2x naar een coderdojo geweest waarbij we hebben geleerd om te werken met scratch. Hierdoor vond ik dit het meest interessante om te doen en ben hier daarom mee bezig gegaan. Hier onder zal je het eindproduct vinden waar ik tot ben gekomen. Ik heb het spel embedded in de site waardoor het te spelen is. Onder het eindproduct staan de stappen die ik heb gezet om tot het product te komen en heb ik de aspecten van computational thinking beschreven. 

Welke stappen heb ik genomen om tot mijn product te komen?
– Ik heb eerst nagedacht wat voor een spel ik wou. De opdracht was een chase game maken en ik dacht gelijk aan een soort van pacman.
– Ik ben vervolgens naar ChatGPT gegaan en heb gevraagd of hij een afbeelding kon maken van een pacman geïnspireerde map. Ik heb een paar stappen moeten nemen voordat ik bij de uiteindelijk map kwam. Bijvoorbeeld omdat er heel veel kleuren waren wat lastig was met ‘muren’ maken. Ik heb de opdracht gegeven om het opnieuw te maken maar dan met 1 kleur in de muren. Toen was het probleem dat de muren niet effen waren. Daardoor moest ik het weer opnieuw laten maken met dit detail erbij. Uiteindelijk heb ik dus een goede map gekregen waardoor ik verder kon werken.
– Ik heb de sprites die ik wilde uitgekozen, deze heb ik gewoon gepakt uit scratch zelf. Ik ben voor een leuk poppetje gegaan en een spookje. Ik heb eerst gekeken naar de sprites te laten bewegen. 
– Ik ben eerst begonnen met de sprite die je zelf bestuurd. Ik heb eerst gezorgd dat de sprite door de speler bestuurd kon worden. Dit heb ik gedaan door het poppetje in het midden te laten beginnen en vervolgens de codes toegevoegd om het te laten bewegen met de pijltjes toetsen. Daarnaast heb ik gelijk gezorgd dat het poppetje niet door de randen heen kon, dit was heel simpel opgelost. Toen ik het uiteindelijk werkend had gekregen ben ik gegaan naar het spookje. 
– Voor het spookje is het natuurlijk de bedoeling dat hij achter je aan gaat, maar ik wilde ook graag dat hij steeds sneller en lastiger werd. Ik heb eerst in het script gezet dat hij begint met speed 1. Vervolgens heb ik hem een locatie gegeven waar hij spawned (eerst had ik gezegd dat hij random spawnde maar dat werkte uiteindelijk niet toen hij niet meer door de muren kon.). Vervolgens heb ik gezegd dat hij altijd naar de andere sprite moet wijzen. Dit zorgt er voor dat het spookje achter je aan gaat. 
– Daarna was het belangrijk dat je natuurlijk ook een ‘game over’ scherm hebt. Dit heb ik daarna gemaakt. Ik heb zelf een sprite gemaakt, dit is een volledig zwart scherm met de woorden Game over, er op. Ik heb gezegd dat hij bij de start zich moet verstoppen en vervolgens zichzelf moet laten zien als hij een command received. 
– Dit betekende dat ik weer terug moest naar het spookje en moest instellen dat er wat moest gebeuren als hij de speler aanraakt. Ik heb de command er in gezet dat als het spookje de speler aanraakt, hij een signaal stuurt zodat het game over scherm naar voren komt. Vervolgens heb ik bij de speler zelf gezorgd dat die vervolgens ook niks meer kon doen.
–  Het leek me leuk om een score erbij te hebben dus die heb ik ook toegevoegd. Dit heb ik bij het script van de snelheid van het spookje toegevoegd. Elke seconde dat je overleeft gaat je score met 1 punt omhoog. Dit heb ik vervolgens links bovenin het scherm gezet. 
– Daarna heb ik gezorgd dat de speler en het spookje niet meer door de muur kunnen lopen. Om het wat lastiger te maken heb ik er uiteindelijk voor gekozen dat het spookje soms wel door de muren heen kan gaan. Ik heb eerst bij de speler zelf het script gemaakt. Ik heb toegevoegd dat als je de kleur van de muur aanraakt je niet verder kan. Toen ik dit aangepast had kwam ik er achter dat mijn poppetje te groot was en dat ik hem kleiner moest maken. Nadat ik hem kleiner had gemaakt en je prima door de gangen heen kon lopen was ik tevreden met mijn spel!

Computational thinking in de ontwikkeling van mijn product:

  • Decompositie:
    Ik heb het maken van het spel opgesplitst in kleinere onderdelen, zoals: De beweging van de speler, het volgen van de speler door het spookje, het bijhouden van de score, het stoppen van het spel bij een botsing.
  • Abstraheren:
    Ik heb alleen de belangrijkste onderdelen gebruikt die nodig waren voor het spel. Zo heb ik het spookje niet ingewikkeld gemaakt, maar alleen laten richten naar de speler en bewegen.
  • Patroonherkenning:
    Ik herkende dat scores in games vaak op vaste tijdsintervallen omhooggaan, bijvoorbeeld elke seconde. Daarom heb ik een herhalend patroon gebruikt waarbij de score steeds met 1 wordt verhoogd. Door onder andere dit patroon te herkennen en toe te passen, kon ik het spel overzichtelijk en goed werkend maken. 
  • Algoritmes:
    Ik heb verschillende algoritmes gebruikt, zoals:
    – Als een toets wordt ingedrukt -> Beweegt de speler.
    – Herhaal elke seconde -> Score verhogen.
    – Als het spookje de speler raakt -> Game over.

Voor deze opdracht mochten we samenwerken. Ik heb de keuze gemaakt om zelf aan de slag te gaan en heb hierdoor geen hulp gehad van andere klasgenoten.

 

Hier nog de link naar het project zelf: https://scratch.mit.edu/projects/1264541328